Info voor huurders omtrent huurwetgeving

De Woninghuurwet is van toepassing als drie voorwaarden zijn voldaan:
  • Er moet een huurovereenkomst (mondeling of schriftelijk) betreffende een woning zijn.

  • De gehuurde woning moet door de huurder tot zijn "hoofdverblijfplaats" bestemd worden. 
    De "hoofdverblijfplaats" is de plaats waar men slaapt, eet, zich ontspant,...

  • Er moet toestemming van de verhuurder zijn om de gehuurde woning tot "hoofdverblijfplaats" te bestemmen.
    Bij het begin van de huur kan deze toestemming uitdrukkelijk of stilzwijgend worden gegeven. Tijdens de loop van de huurovereenkomst moet de toestemming schriftelijk gegeven worden.

 

Twee uitzonderingen.

  • De Woninghuurwet is niet van toepassing wanneer de huurovereenkomst ondergeschikt is aan de hoofdovereenkomst die betrekking heeft op de functie of bedrijvigheid van de huurder.

    Voorbeeld: Een conciërge krijgt in zijn arbeidscontract (=de hoofdovereenkomst) een huis om in te wonen. Op dit huurcontract is de woninghuurwet niet van toepassing.

  • De Woninghuurwet is niet van toepassing wanneer men dit in het huurcontract opneemt.

    Voorbeeld: men kan in het contract opnemen dat de “woning niet tot hoofdverblijfplaats van de huurder mag dienen”.

    De verhuurder moet wel een uitdrukkelijke en ernstige reden geven waarom hij de woninghuurwet niet toepasselijk verklaart. Hij moet in de huurovereenkomst ook vermelden welke dan wel de werkelijke hoofdverblijfplaats van de huurder (in de loop van het contract) is.